Jaarverslag 2004 - Bijlagen
| AEL |
Arabisch-Europese Liga |
| AIG |
Algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie |
| AIK |
Arrondissementeel informatiekruispunt |
| ANG |
Algemene nationale gegevensbank |
| APA |
Autonome politionele afhandeling |
| ASTRID |
All-round Semi-cellular Trunking Radiocommunication Integrated Dispatching |
| BHG |
Brussels Hoofdstedelijk Gewest |
| BOB |
Bewakings- en opsporingsbrigade |
| BRUNAT |
Brussel-Nationaal |
| CAD |
Computer aided design |
| CAT |
Comité tegen foltering van de Verenigde Naties |
| CDBC |
Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie |
| CERD |
Comité tegen rassendiscriminatie van de Verenigde Naties |
| CGC |
Directie van de werking en van de coördinatie van de federale politie |
| CGI |
Directie van het beleid inzake internationale politiesamenwerking |
| CGL |
Directie van de relaties met de lokale politie |
| CIC |
Communicatie- en informatiecentrum |
| CIC-BHG |
Communicatie- en Informatiecentrum van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest |
| CPT |
Europees Comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing |
| CWR |
Centraal wapenregister |
| DAC |
Directie van de politie van de verbindingswegen |
| DAR |
Directie van de algemene reserve |
| DGA |
Algemene directie van de bestuurlijke politie |
| DGJ |
Algemene directie van de gerechtelijke politie |
| DGM |
Algemene directie materiële middelen |
| DGP |
Algemene directie personeel |
| DGS |
Algemene directie operationele ondersteuning |
| DirCo |
Bestuurlijke directeur-coördinator |
| DirJu |
Gerechtelijke directeur |
| DJO |
Directie van de operaties en de informatie inzake gerechtelijke politie |
| DPMS |
Medische dienst van de federale politie |
| DPS |
Directie van de juridische dienst, het contentieux en de statuten |
| DSB |
Directie van de nationale gegevensbank |
| DST |
Directie van de telematica |
| DVZ |
Dienst Vreemdelingenzaken |
| ECRI |
Europese Commissie tegen racisme en intolerantie |
| EFQM |
European Foundation for Quality Management |
| EVRM |
Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden |
| FEEDIS |
Feeding Information System |
| FIPA |
Full Integrated Police Action |
| FOD |
Federale Overheidsdienst |
| FTE |
Fulltime equivalent |
| GDA |
Gerechtelijke dienst van het arrondissement |
| GIP |
Gewestelijke en Intercommunale Politieschool |
| Hycap |
Gehypothekeerde capaciteit |
| ISLP |
Integrated System for Local Police |
| IVV |
Cel Integrale Voetbalveiligheid |
| MPOT |
Maatschappelijke en psychologische ondersteuningsteams |
| N.B.M.V. |
Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen |
| NGO |
Niet-gouvernementele organisatie |
| NVP |
Nationaal veiligheidsplan |
| OBP |
Officier van bestuurlijke politie |
| Offr BTS |
Officier bijzondere technieken |
| OGP |
Officier van gerechtelijke politie |
| OPAC |
Oost-Vlaamse Politieacademie |
| PIVO |
Provinciaal Instituut voor Vorming en Opleiding |
| PLOT |
Centrum Provincie Limburg Opleiding en Training |
| POTVA |
Politie Opleidings-, Trainings- en Vormingscentrum |
| PPP |
Planning Prestaties Personeel |
| PVE |
Provinciale verkeerseenheid |
| RAR |
Rapport administratif – administratief rapport |
| SLA |
Service Level Agreement |
| SWOT |
Strengths, Weaknesses, Opportunities and Threats |
| TO |
Terreinondersteuner |
| ULB |
Université Libre de Bruxelles |
| Unact |
Nationale Unie der Wapenmakers, Jagers en Sportschutters |
| VCLP |
Vaste Commissie van de lokale politie |
| VDNL |
Veiligheidsdetachement van de Nationale Luchthaven |
| VPV |
Vereenvoudigd proces-verbaal |
| WPA |
Wet op het politieambt |
| WPR |
Wegpolitie/police de la route |
| WPS |
West-Vlaamse Politieschool |
| ZVP |
Zonaal veiligheidsplan |
Bijlage B: Toelichting bij de aangiftefiche van klachten, feiten en beslissingen
De toepassing die de Algemene inspectie in samenwerking met het Vast Comité P heeft ontwikkeld, beoogt vier doelstellingen: (1) de aangiftefiche heeft tot doel de doorstroming te rationaliseren en te optimaliseren van de informatie die de politiediensten (in casu de politiezones) moeten toezenden aan de Algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie (AIG) en aan het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten (Comité P); (2) deze fiche werd zodanig opgesteld dat ze de administratieve werklast, die voortvloeit uit de verschillende verplichtingen die de wetgever aan de politiediensten heeft opgelegd inzake de toezending van informatie tot een minimum beperkt; (3) deze fiche is er tevens op gericht een dubbele codering te vermijden op het niveau van de zones wanneer deze informatie dient te worden toegezonden aan twee toezichtdiensten via één enkel programma dat voldoet aan de gezamenlijke en specifieke behoeften van deze diensten; (4) de fiche wenst eveneens de wijze te standaardiseren waarop de informatie wordt toegezonden en te komen tot eenzelfde cultuur en woordenschat voor alle politieambtenaren inzake klachten en aangiften.
Deze fiche steunt op verscheidene wettelijke basissen
waarmee de dossierbeheerder rekening zal moeten houden wanneer hij de
gegevens van de klacht toestuurt aan de Algemene inspectie en/of het
Vast Comité P.
Met name: (1) de artikelen 14bis, 1ste lid
en 2de lid en 26 van de wet van 18 juli 1991
tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten; (2)
het artikel 32 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001
betreffende de werking en het personeel van de Algemene inspectie van
de federale politie en van de lokale politie. Deze uiteenzetting kadert
niettemin in het bijzonder wetgevend kader waaraan de Algemene inspectie
is onderworpen. Voornoemd koninklijk besluit van 20 juli 2001
legt de dienst “individuele onderzoeken” immers de verplichting op om
de gegevensbank met betrekking tot klachten en aangiften te voeden en
te exploiteren, in coördinatie met het Vast Comité P, terwijl het
artikel 19 van voornoemd besluit stelt dat de Minister van Binnenlandse
Zaken, op advies van de vaste commissie van de lokale politie, de nadere
regelen van informatie-uitwisseling tussen de lokale politie en de Algemene
inspectie bepaalt.
Het gebruik van de hier voorgestelde informaticatoepassing
heeft verscheidene voordelen voor de eindgebruiker: (1) het systeem
kan ook intern in het korps gebruikt worden voor de analyse van de werking
en het opstarten of verbeteren van een “klachtenmanagement”; (2) het
gebruik van eenvormige codes verbetert de betrouwbaarheid en de kwaliteit
van de informatie; (3) op termijn zal het programma doorgedreven zoekmogelijkheden
bevatten (bevraging van het programma op basis van verscheidene parameters);
(4) het gebruik van één enkele toepassing om diverse informatie toe
te zenden aan twee verschillende diensten geeft een besparing in tijd
waardoor capaciteit kan worden gerecupereerd en in geld, geen papieren
zendingen meer, dus ook geen postzegels; (5) de voorgestelde toepassing
is evolutief omdat de informatie vervat in de fiche kan worden aangevuld
en/of gewijzigd naarmate het dossier vordert; (6) deze toepassing is volledig gratis. De Algemene inspectie en het Vast Comité P dragen de kosten die gepaard
gaan met het gebruik van de toepassing, met inbegrip van de betaling
van de licenties die nodig zijn om de gegevens op een beveiligde wijze
via internet te kunnen versturen; (7) de politiezones komen met het
correcte gebruik van de fiche hun wettelijke verplichtingen tot het
geven van informatie na.
Bijlage C: Kwalificatie en omschrijving van het onderwerp van klachten, aangiften en onderzoeken
De kwalificatie of omschrijving van de allegaties vervat in klachten
en aangiften wordt gegeven zonder rekening te houden met het resultaat van het
verder onderzoek. De aangifteplicht volgens art. 14, 1ste en
2de lid; art. 14bis, 1ste en 2de lid
en art. 26 van de wet van 18 juli 1991 dient vooreerst te gebeuren zonder
bewerking of herkwalificatie van de feiten. Met andere woorden, zoals de allegaties
van feiten of gebeurtenissen binnenkomen, worden ze ook aangegeven. Het is
evident dat er meerdere feiten, gebreken of tekortkomingen kunnen voorkomen
in één klacht, dossier of melding en dat de allegaties vervolgens aan een kwaliteitscontrole
worden onderworpen.
Nadien maken zij het voorwerp uit van verder onderzoek dat gerechtelijk of niet-gerechtelijk
kan zijn en waarbij ook de gegevens, waarover verslag werd uitgebracht, verwerkt
worden, los van het resultaat van het onderzoek. Het is niet omdat bijvoorbeeld
een gerechtelijk onderzoek eindigt in een sepot dat de gegevens, feiten die
aan de basis liggen van het onderzoek niet meer kunnen geëvalueerd worden naar
de persoon of organisatie toe, binnen de limieten en bevoegdheden van het Vast
Comité P.
De uiteindelijk weerhouden elementen kunnen vertaald worden naar beslissingen
zoals het nemen van tuchtsancties, het maken van evaluaties, geven van
felicitaties, nemen van inwendige ordemaatregelen, geven van instructies,
nieuwe of bijsturende richtlijnen, enz., tenzij na gerechtelijke onderzoeken
een vonnis of arrest wordt uitgesproken.
Deze gegevens kunnen per definitie strafrechtelijk
worden omschreven omdat ze voldoen aan de in het Strafwetboek opgenomen
kwalificaties (de elementen zijn aanwezig) of omdat de gegevens als
dusdanig reeds georiënteerd zijn (bijvoorbeeld de gegevens van opsporingsonderzoeken
of gerechtelijke onderzoeken of de meldingen op basis van art. 14,
1ste en 2de lid).
Let op: andere gerechtelijke kwalificaties uit het Strafwetboek, niet
opgenomen binnen de categorieën I t.e.m. VI, kunnen evenwel gegeven
worden aan de gegevens van gerechtelijke aard (onderzoeken of meldingen).
I. Infractions dans l’exercice de la fonction de police portant atteinte à la dignité du citoyen – Inbreuken in de uitvoering van hun ambt die de waardigheid van burgers aantasten
4502 menaces – bedreigingen
5200 injures – beledigingen
5201 calomnie – laster
5202 diffamation – eerroof
5600 racisme – racisme
5601 xénophobie – xenofobie
II. Infractions portant directement atteinte aux droits et libertés du citoyen par des actes arbitraires, de violence ou illégitimes ou par la non-intervention de fonctionnaires de police dans l’exercice de leurs fonctions – Inbreuken die rechtstreeks de rechten en vrijheden van burgers aantasten door willekeurig, gewelddadig, onrechtmatig of niet-handelen door politieambtenaren in de uitvoering van hun ambt
2809 dégradations (en service) – beschadigingen (in dienst)
2999 autres violations arbitraires des droits et libertés fondamentaux (secret des lettres, emploi des langues, réunions, association, égalité, etc.) – andere willekeurige schendingen van grondrechten en vrijheden (briefgeheim, gebruik der talen, vergaderingen, vereniging, gelijkheid, enz.)
3300 privation de liberté arbitraire – willekeurige vrijheidsberoving
3400 actes arbitraires – daden van willekeur
4300 violences contre des personnes ou des biens – gewelddaden tegen personen of goederen
4301 abstention de porter secours – verzuim hulp te verlenen
4305 torture – foltering
4306 traitement inhumain – onmenselijke behandeling
4307 traitement dégradant – onterende behandeling
5300 violation de domicile – woonstschennis
III. Infractions portant directement atteinte aux droits et libertés du citoyen par l’abus de pouvoir et les faux commis dans l’exercice de la fonction de police – Inbreuken die rechtstreeks de rechten en vrijheden van burgers aantasten door machtsmisbruik of valsheid in de uitvoering van hun ambt
Deze misdaden en wanbedrijven gebeuren rechtstreeks in relatie met de uitvoering van het politieambt. Men maakt misbruik van zijn hoedanigheid en/of van zijn bevoegdheden om deze misdrijven te plegen. Daardoor schaden ze automatisch de rechten en vrijheden van anderen.
1109 extorsion (en service) – afpersing (in dienst)
1809 vol (en service) – diefstal (in dienst)
2001 abus de confiance – misbruik van vertrouwen
2009 escroquerie (en service) – oplichting (in dienst)
2100 faux en écriture – valsheid in geschrifte
2101 fausse déclaration – valse verklaring
2505 faux – valsheden
2709 recel (en service) – heling (in dienst)
5203 violation du secret professionnel – schending van het beroepsgeheim
5205 dénonciation calomnieuse – lasterlijke aangifte
5301 atteinte à la vie privée (e.a. intervention arbitraire contraire à la protection constitutionnelle de la vie privée) – aanslag op de persoonlijke levenssfeer (o.a. willekeurig optreden dat indruist tegen de grondwettelijke bescherming van de persoonlijke levenssfeer)
5303 harcèlement, stalking – belagen, stalking
IV. Infractions dans le cadre de la fonction de police qualifiées de corruption – Inbreuken gepleegd uit hoofde van de functie omschreven als corruptie
2000 détournement – verduistering
2500 concussion – knevelarij
2501 corruption – omkoping
2504 prise d’intérêt – belangenneming
V. Crimes et délits commis par des fonctionnaires de police en dehors de l’exercice de leurs fonctions mais portant atteinte à la dignité de celles-ci – Misdaden en wanbedrijven gepleegd door politieambtenaren buiten hun ambt die de waardigheid van hun ambt aantasten
Deze misdaden en wanbedrijven worden weliswaar tijdens of buiten de dienst gepleegd, doch hebben niet rechtstreeks te maken met de invulling van het politieambt. Dit wil zeggen dat noch de hoedanigheid, noch de bevoegdheden van politie een basisrol vervullen bij het plegen ervan. Echter door het plegen van dergelijke misdrijven komt onweerlegbaar de waardigheid – de voorbeeldfunctie – van het politieambt in gevaar.
1102 extorsion – afpersing
1800 vol de toute nature – diefstal van allerlei aard
2003 escroquerie – oplichting
2700 recel – heling
3503 milices privées/association de malfaiteurs – private militie/vereniging van misdadigers
3600 détention d’armes – wapenbezit
3700 affaires de mœurs – zedenfeiten
6000 stupéfiants – verdovende middelen
6203 hormones – hormonen
8500 infractions et accidents de la route en état d’intoxication alcoolique ou d’ivresse – verkeersinbreuken en -ongevallen met dronkenschap of intoxicatie
8508 infractions et accidents de la route en état d’intoxication alcoolique ou d’ivresse (en service) – verkeersinbreuken en -ongevallen met dronkenschap of intoxicatie (in dienst)
8501 infractions et accidents de la route avec délit de fuite – verkeersinbreuken en -ongevallen met vluchtmisdrijf
8509 infractions et accidents de la route avec délit de fuite (en service) – verkeersinbreuken en -ongevallen met vluchtmisdrijf (in dienst)
VI. Autres faits pénaux ou non pénaux commis pendant ou en dehors du service – Andere strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke feiten gepleegd in of buiten dienst
Deze misdrijven en inbreuken vallen enkel bij uitzondering binnen deze categorie. Enkel wanneer de beschikbare gegevens onduidelijk of niet voldoende concreet zijn, worden ze in deze ‘restcategorie’ opgenomen.
61 autres infractions et accidents de la route indéfinis commis pendant le service – andere niet-gedefinieerde verkeersinbreuken en -ongevallen in dienst
62 autres infractions et accidents de la route indéfinis commis en dehors du service – andere niet-gedefinieerde verkeersinbreuken en -ongevallen buiten dienst
63 conflits indéterminés avec les autorités (administratives, judiciaires, etc.) – onbepaalde geschillen met (bestuurlijke, gerechtelijke, enz.) overheden
64 pénal indéterminé (pendant le service) – onbepaald strafrechtelijk (in dienst)
65 pénal indéterminé (en dehors du service) – onbepaald strafrechtelijk (buiten dienst)
66 non-pénal indéterminé (pendant le service) – onbepaald niet-strafrechtelijk (in dienst)
67 non-pénal indéterminé (en dehors du service) – onbepaald niet-strafrechtelijk (buiten dienst)
68 divers – varia
69 indéfinissable – niet-definieerbaar
De gegevens die niet strafrechtelijk kunnen of worden omschreven omdat bepaalde elementen hiertoe ontbreken, worden hierna nader omschreven. De basis van die omschrijvingen werd gelegd door de intensieve analyse van alle gegevens en meldingen waarover het Vast Comité P beschikt voor de periode 1996 – 2000.
Algemene bepalingen
Het gedrag is de wijze waarop een persoon
zich uit bij het handelen, het optreden of het reageren. Het gaat hier
zowel om verbale, non-verbale als fysieke uitingen. Die uitingen zijn
veelal vergezeld van een bepaalde houding en/of bepaalde handelingen.
Een houding is de wijze waarop een persoon, bewust of
onbewust, zijn lichaam of een lichaamsdeel houdt en waarneembaar uiting
geeft aan bepaalde gedragingen, optredens of reacties.
Een handeling is de wijze waarop een persoon bewust en
waarneembaar daden verricht of woorden gebruikt. Het gaat hier zowel
om het verbaal als fysiek gedrag.
De waardigheid van het ambt is de eerbied of het aanzien
dat verbonden is met een bepaald ambt zoals dat van politie.
De beroepsplichten zijn de eenzijdige plichten die voortvloeien
uit het beroep of de maatschappelijke werkkring waarvoor men de vereiste bekwaamheid
en/of bevoegdheid heeft verkregen.
De politiehoedanigheid wordt verkregen door personen die de vereiste
bekwaamheden verwerven en toetreden tot het politieberoep en volgens het bekwaamheidsniveau
bevoegdheden toegekend krijgen (de hoedanigheid van agent of officier van gerechtelijke
politie of bestuurlijke politie). Elke politiefunctionaris legt, bij zijn of
haar intrede in de job, de eed af dewelke hem of haar te allen tijde [1]
moet herinneren aan het respect voor die ethische regels en waarden die eigen
zijn aan het politieberoep. Uit hoofde van die hoedanigheid beschikken politiefunctionarissen
over bijzondere kennis en informatie, dewelke hen in een bepaalde machtspositie
tegenover de burger kunnen plaatsen. Er wordt van de politieagenten verwacht
dat zij de nodige discretie en integriteit aan de dag leggen bij de verwerving,
de verwerking en het gebruik van deze kennis en informatie. Ze zijn daartoe
niet enkel wettelijk gehouden, maar ook moreel gebonden.
De politiebevoegdheden worden toegekend aan politiefunctionarissen
op basis van hun bekwaamheidsniveau. De algemene politiebevoegdheden
staan beschreven in de wet op het politieambt of in bijzondere wetten,
de bijzondere bevoegdheden toegekend aan personen met beperkte politiebevoegdheid
worden eveneens bij wet bepaald.
De politierol is de rol die de politie, als vertegenwoordiger
van de overheid, vervult in de samenleving. Deze rol [2]
doet automatisch
verwachtingen ontstaan ten opzichte van personen die beschikken over de politiehoedanigheid
of in bepaalde situaties beschikken over een politiebevoegdheid, om zich overal
en altijd te gedragen en te handelen volgens de overeengekomen vereisten en
maatschappelijke betekenissen – de voorbeeldrol – die er bestaan omtrent de
politierol, opdat hun optreden als politie aanvaard en geloofwaardig zou blijven.
Vanuit haar sociale functie [3]
binnen de maatschappij, bestaan er zowel verwachtingen omtrent expliciete houdingen
en handelingen die politiefunctionarissen, al dan niet in uitvoering van hun
ambt, verplicht zijn te stellen, terwijl andere houdingen en handelingen helemaal
worden uitgesloten. Dit houdt in dat er ook verwachtingen bestaan ten aanzien
van politiefunctionarissen buiten de uitoefening van hun ambt.
Als dwangmiddel kan omschreven worden iedere maatregel
(bevel, vraag, terechtwijzing, geweld, enz.) die een verplichting, een
gebod of een verbod inhoudt die de burger ertoe verplicht iets te doen
of iets niet te doen.
VII. Manquements par l’attitude, le comportement ou les actes portant atteinte à la dignité de la fonction de police – Tekortkomingen door de houding, het gedrag of de handelingen die de waardigheid van het politieambt aantasten
Deze individuele of collectieve tekortkomingen druisen in tegen de rol die de politie in de samenleving vervult en staan haaks op de filosofie die de grondtoon van de politiewerking vormt. Het gaat vooral om tekorten of gebreken die gebeuren naar aanleiding van het bezit van de politiehoedanigheid of naar aanleiding van het gebruik van de politiebevoegdheden in de praktijk. Ze zijn van die aard dat ze afbreuk doen aan de waardigheid van het politieambt en dus de politiehoedanigheid en -bevoegdheden in vraag doen stellen. Meestal duiden dergelijke tekortkomingen op normvervaging en kunnen ze niet als strafrechtelijke inbreuk worden gekwalificeerd.
71 comportement inhumain, offensant s.l. – onmenselijk, krenkend gedrag s.l.
711 discrimination – discriminatie
712 comportement humiliant – vernederend gedrag
72 abus de pouvoir – machtsoverschrijding
721 comportement ou attitude agressive – agressief gedrag of houding
722 intimidations - intimiderende houding
723 pressions/comportement autoritaire – druk uitoefenen/autoritair gedrag
724 incitation à la violence, provocation – uitlokking van geweld, provocatie
73 comportement désobligeant – klantonvriendelijkheid
731 manque de respect – gebrek aan respect
732 manque de politesse – gebrek aan beleefdheid
733 langage inapproprié – ongepast taalgebruik
74 attitude laxiste ou négative lors de l’exécution des tâches s.l. – lakse of negatieve houding bij taakuitvoering s.l.
741 assistance aux victimes – slachtofferzorg
742 refus d’acter – niet akteren
743 non-constatation ou non-dénonciation – niet vaststellen of niet aangeven
744 non-intervention – niet optreden
75 attitude et maintien en général – algemene houding en voorkomen
76 actes et attitudes pendant le service portant atteinte à la dignité de la fonction ou à l’image de marque – handelingen en houdingen in dienst die de waardigheid van het ambt of het imago aantasten
77 actes et attitudes en dehors du service portant atteinte à la dignité de la fonction ou à l’image de marque – handelingen en houdingen buiten dienst die de waardigheid van het ambt of het imago aantasten
771 ivresse publique ou ivresse au volant qui, par la visibilité/connaissance de la qualité de policier met/peut mettre en péril la fonction de police ou son image de marque – openbare dronkenschap of dronkenschap achter het stuur die door de zichtbaarheid/kennis van de hoedanigheid van politie het ambt of het imago in het gedrang brengt/kan brengen
772 toute détention, consommation ou trafic de drogue – elk bezit, gebruik van of handel in drugs
773 participation à des soirées, fêtes ou campagnes (politiques par exemple) incompatible avec l’exercice ou la dignité de la fonction de police – deelname aan party’s, feestjes of campagnes (voorbeeld politieke campagnes) waarvan de deelname van een politiefunctionaris onverenigbaar is met de uitoefening of de waardigheid van het ambt
774 participation à des scènes télévisées, à des reportages, à certains programmes de jeu ou shows publics incompatible avec l’exercice ou la dignité de la fonction de police – deelname aan scènes of mediareportages, bepaalde spelprogramma’s of publieke shows waarvan de deelname door een politiefunctionaris onverenigbaar is met de uitoefening of de waardigheid van het ambt
78 comportement routier agressif ou dangereux en uniforme ou pendant le service – agressief of gevaarlijk rijgedrag in uniform of in dienst
79 consommation d’alcool pendant le service – alcoholgebruik in dienst
Verklaring van de begrippen
71 onmenselijk, krenkend gedrag s.l.
Onmenselijk gedrag is alle gedrag dat in strijd is met de grondbegrippen van menselijkheid vervat in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en in de Grondwet. Synoniemen van onmenselijk zijn barbaars en onmeedogend. Het onmenselijk gedrag uit zich door wreedheden (verbaal, non-verbaal en fysiek). Het gaat vrijwel steeds gepaard met een harde autoritaire en intimiderende houding en met de overschrijding van macht (bevoegdheden). Krenkend gedrag is alle gedrag van aard om iemand moreel schade of nadeel te berokkenen. Synoniemen zijn grieven, beledigen, kwetsen of vernederen. Het gedrag gaat steeds gepaard met een autoritaire spottende houding alsook met de overschrijding van macht (bevoegdheden).
711 discriminatie
is alle gedrag dat tot doel heeft iemand
negatief te onderscheiden op basis van bepaalde, niet terzake doende
kenmerken zoals ras, huidskleur, sekse, geaardheid, e.d. De elementen
kunnen wegens bepaalde nuances of tekortkomingen niet strafrechtelijk
als racisme, xenofobie of beledigingen worden gekwalificeerd.
712 vernederend gedrag
is alle gedrag dat tot doel heeft iemands
aanzien of macht te verlagen of het vertrouwen in zijn persoon te beschamen.
De elementen kunnen niet strafrechtelijk, zoals bijvoorbeeld als aanslag
op de persoonlijke levenssfeer of als eerroof, worden gekwalificeerd.
72 machtsoverschrijding
Dit is het te buiten gaan van zijn macht of politiebevoegdheden ten aanzien van een ander persoon. Dit wil zeggen dat men gebruik maakt van dreiging, dwang of eventueel van geweld om ongeoorloofde, niet-wettelijke of niet-opportune politiehandelingen te stellen.
721 agressief gedrag of houding
is elk gedrag met als doel zichzelf te
ontplooien of te handhaven of een conflict uit te lokken. Dit gedrag gaat gepaard
met de neiging tot of het effectief gebruik van geweld (verbaal of fysiek).
De aanwezige elementen zijn echter niet van die aard dat ze bijvoorbeeld strafrechtelijk
gekwalificeerd kunnen worden als slagen en verwondingen.
722 intimiderende houding
is de houding die vaak gepaard gaat met
agressief gedrag met als doel iemand schrik aan te jagen of bevreesd
te maken zodat die persoon zich onthoudt van het stellen van bepaalde
(zelfs eerbare) daden of handelingen. Deze houding vindt men vooral
terug bij de uitoefening van bepaalde dwangmaatregelen door de politie
(verhoren, zoeken - doorzoeken of huiszoeking bijvoorbeeld -, boeien,
aanhouden, enz.).
723 druk uitoefenen/autoritair gedrag
is gedrag dat vertrekt
vanuit het extreem aanwenden van macht met als doel bepaalde daden of
handelingen te doen stellen. Ook deze houding vindt men vooral terug
bij de uitoefening van bepaalde dwangmaatregelen door de politie, doch
de elementen zijn vaak niet van die aard dat men ze als bedreiging strafrechtelijk
kan weerhouden.
724 uitlokking van geweld
is het opzettelijk aanzetten of verleiden van
een persoon om gewelddaden of handelingen te plegen zodat men gewettigde politiehandelingen
kan stellen op basis van strafbare weerspannigheid tegenover een openbaar ambtenaar.
Het gaat zowel over verbale als non-verbale provocatie vanwege politiefunctionarissen
tegenover individuen en collectiviteiten waartegen de politie dwangmaatregelen
treft.
73 klantonvriendelijkheid
De houding staat voor de uiting van een gebrek aan dienstvaardigheid of voorkomendheid in de uitoefening van de politiefunctie en raakt aan de voorbeeldrol die de politie vervult. Deze houding staat haaks op het gedrag dat van de politie mag verwacht worden en dat vertrekt vanuit een ‘dienstverlenende opstelling, gericht op de behoeften en verwachtingen van de (potentiële) afnemers van de politiezorg’ [4] en bovendien eerbied moet tonen tegenover de democratische instellingen. Dit gebrek kan zich uiten in een tekort aan respect, een tekort aan beleefdheid of een ongepast taalgebruik.
731 gebrek aan respect
het gaat specifiek om het gebrek aan eerbied
bij de bejegening van de burger, onder meer binnen de functie van onthaal,
interventie, handhaving van de openbare orde, recherche, enz.
732 gebrek aan beleefdheid
het gaat specifiek om het gebrek aan elementaire
beleefdheid bij de bejegening van de burger, onder meer binnen de functie
van onthaal, interventie, handhaving van de openbare orde, recherche,
enz.
733 ongepast taalgebruik
het gaat enerzijds om een ongepast, beledigend
taalgebruik in de omgang onder collega’s en met of in het bijzijn van
derden en anderzijds om het doelbewust niet aanpassen van de taal (één
van de officiële talen in het landsgedeelte van het optreden) aan deze
van de andere partij tijdens het optreden.
74 lakse of negatieve houding bij taakuitvoering s.l.
De houding staat voor de uiting van negatief, laks of ontwijkend gedrag ten aanzien van een willekeurige vraag tot politietussenkomst of een gewenst politieoptreden. Deze houding staat haaks op het gedrag dat van de politie mag verwacht worden en dat vertrekt vanuit een dienstverlenende opstelling en raakt aan de voorbeeldrol die de politie vervult.
741 inzake slachtofferzorg
het gaat specifiek om het niet ingaan op
een vraag om hulp, die niet gekwalificeerd kan worden als een geval
van schuldig verzuim.
742 inzake niet akteren
het gaat specifiek om het niet ingaan op
een vraag om een klacht of aangifte te akteren of het niet opnemen van
bepaalde woorden of zinswendingen in een verklaring.
743 inzake niet vaststellen of niet aangeven
het gaat specifiek om het niet ingaan op
een vraag om vaststellingen te verrichten en deze te noteren in een
proces-verbaal.
744 inzake niet optreden
het gaat specifiek om het niet ingaan op een vraag om optreden
in een probleem- of conflictsituatie zonder dat we spreken van een geval van
schuldig verzuim.
75 algemene houding en voorkomen
Algemene houding en voorkomen staat voor de wijze waarop iemand zich voordoet zowel naar uiterlijk, naar houding als naar gedrag. Daar ze het openbaar gezag vertegenwoordigen, vervullen de politiefunctionarissen een voorbeeldfunctie naar de buitenwereld toe. Dit voorkomen staat voor een onberispelijk en verzorgd uiterlijk dat veruitwendigd wordt door de houding van de persoon, het dragen van correcte kledij of uniform en door het hanteren van een juist en correct taalgebruik. Het gaat in dit geval om de houding in haar totaliteit.
76 handelingen en houdingen in dienst die de waardigheid van het ambt of het imago aantasten
Het gaat hier om een voor de dienst onaanvaardbare en onverenigbare aanwezigheid op bepaalde plaatsen, bepaalde handelingen of houdingen (behalve 77, 78, 79 en 80) tijdens de uitvoering van de dienst (in uniform of in burger) die de politiefunctionaris en het politieambt in opspraak brengen gezien de aard van de plaats, de omstandigheden of de gedragingen van de politiefunctionaris. Deze tekortkomingen raken aan de voorbeeldrol van de politie.
77 handelingen en houdingen buiten dienst die de waardigheid van het ambt of het imago aantasten
Het gaat hier om handelingen en houdingen buiten de uitvoering van de dienst die politiefunctionarissen en het politieambt in opspraak brengen doordat ze raken aan de voorbeeldrol. De politiefunctionaris is wel in zijn hoedanigheid als politiefunctionaris herkenbaar of is in die hoedanigheid (op die plaats of binnen die situatie) gekend.
771 openbare dronkenschap of dronkenschap achter het stuur die de hoedanigheid van politie in het gedrang brengt
het gaat om politiemensen die buiten de uitvoering van hun dienst in opspraak komen door handelingen en houdingen die voortvloeien uit het overdadig consumeren van alcoholische dranken eventueel in combinatie met medicijnen en/of drugs. Het gaat hier specifiek om de handelingen en houdingen zelf.
772 elk bezit, gebruik van of handel in (gelegaliseerde)
drugs
het gaat om politiemensen die aangetroffen
worden in het bezit of bij het verbruik van drugs of softdrugs of bij
het gebruik van medicijnen of andere producten wanneer ze door hun aard
of naar aanleiding van bepaalde omstandigheden aangewend worden als
drugs (gas, ether, enz.)
773 deelname aan party’s, feestjes of campagnes (voorbeeld van politieke aard) waarvan de deelname van een politiefunctionaris onverenigbaar is met de uitoefening of de waardigheid van het ambt
het gaat hier zowel om ongeoorloofde activiteiten die gebeuren binnen een politiek kader, de aanwezigheid bij bijeenkomsten van te volgen groeperingen indien de activiteiten niet stroken met de waardigheid van het politieambt, als om organisaties van feestjes of party’s die net de subjectieve grens raken van het onzedelijke, het onfatsoenlijke, het extreme, het extravagante of het criminele. Het feit dat de deelname van een politiefunctionaris controversen teweegbrengt, is een aanwijzing om zich enerzijds te onthouden van deelname en anderzijds om de situatie bij te sturen vanuit de organisatie op leidinggevend vlak.
774 deelname aan scènes of aan mediareportages, bepaalde spelprogramma’s of publieke shows waarvan de deelname van een politiefunctionaris onverenigbaar is met de uitoefening of de waardigheid van het ambt
het gaat hier over de deelname aan publieke of media-activiteiten, waarvan de activiteiten net de subjectieve grens raken van het onzedelijke, het onfatsoenlijke, het extreme, het extravagante of het criminele. Het feit dat de deelname van een politiefunctionaris controversen teweegbrengt, is een aanwijzing om zich enerzijds te onthouden van deelname en anderzijds om de situatie bij te sturen vanuit de organisatie op leidinggevend vlak.
78 agressief of gevaarlijk rijgedrag in uniform of in dienst
Het gaat hier specifiek om de agressieve houdingen en gedragingen van een politiefunctionaris, als deelnemer aan het verkeer, waarbij deze in uniform of in een politievoertuig herkenbaar is vanuit die hoedanigheid.
79 alcoholgebruik in dienst
Het gaat om elk alcoholgebruik binnen de uitvoering van de politiefunctie, zowel op de werkplaats als erbuiten. Het gaat evenwel ook om het buitenmatig consumeren van alcohol wanneer men bevolen is met permanentiedienst in de vorm van het oproepbaar en beschikbaar zijn, doch niet daarbuiten. Dit wil zeggen de politiefunctionaris die plots met dienst bevolen wordt naar aanleiding van een specifieke noodzaak, wanneer zijn toestand evenwel de aanvang van de dienst onmogelijk maakt.
VIII. Manquements aux obligations professionnelles ou abus de la fonction et des compétences – Tekortkomingen aan de beroepsplichten of misbruik van ambt en bevoegdheden
Deze individuele of collectieve tekortkomingen druisen in tegen de beroepsernst en de beroepsplichten. Het gaat vooral om professionele tekorten of gebreken in het politiehandelen zelf, in het politieoptreden of in de toepassing van voorziene regels en procedures. De tekortkomingen gebeuren niet noodzakelijk altijd bewust, maar zijn wel van die aard dat ze afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de ‘politie als instituut’ of van het imago van de politie (voorbeeldrol). Indien het gaat om misbruiken, betekent dit telkens een overschrijding van politiebevoegdheden. Meestal duiden dergelijke tekortkomingen op norm- en waardevervaging, tekorten bij opleiding en training, etc. en kunnen ze niet als strafrechtelijke inbreuk worden gekwalificeerd.
Verklaring van de begrippen
81 service – dienstverlening
811 intervention et exécution des tâches dans les temps (101, …) – tijdslimiet interventie en taakuitvoering (101, …)
812 responsabilité/disponibilité – gebrek aan verantwoordelijkheid/beschikbaarheid
813 accueil – gebreken met betrekking tot het onthaal
814 traitement des personnes placées sous surveillance – gebreken in de behandeling van de onder toezicht geplaatste personen
82 non-respect ou manque de respect des procédures obligatoires – niet of slecht naleven van verplicht gestelde procedures
820 concernant la gestion de l’information – inzake het informatiebeheer
821 dépôt/saisie d’objets – bewaring/inbeslagneming van voorwerpen
822 dépannage, remorquage, sabot de Denver – takelen, slepen, wielklem
823 contrôles et signalements – controles en seiningen
8231 contrôle d’identité – identiteitscontrole
8232 contrôle de l’adresse du domicile – controle adres woonplaats
8233 contrôle de la plaque d’immatriculation – nummerplaatcontrole
8234 signalements – seiningen
824 rédaction de PV – opstellen PV
825 perception immédiate (circulation, autre) – onmiddellijke inning (verkeer, andere)
826 fouilles – fouilleringen
8261 personnes – personen
8262 véhicules – voertuigen
8263 perquisition – huiszoeking
827 audition – verhoor
828 usage de la violence s.l. – gebruik van geweld s.l.
829 procédures administratives – administratieve procedures
8291 remise copie PV – overhandigen kopie PV
8292 Franchimont (autre) – Franchimont (andere)
8293 tenue des registres – invullen van de registers
8294 formalités spécifiques en matière de roulage – specifieke formaliteiten met betrekking tot verkeersaangelegenheden
83 neutralité/impartialité – neutraliteit/onpartijdigheid
831 traitement inégal/intervention non uniforme – ongelijke behandeling/niet eenvormig optreden
832 constatations injustes/incompétence – onjuiste vaststellingen/onbevoegdheid
833 excès de zèle – overijver
8331 harcèlement – pesterijen
8332 overacting, overreacting – overacting, overreacting
84 droiture (incorruptibilité) – onkreukbaarheid
841 acceptation de cadeaux, de présents, d’avantages – aannemen van geschenken, giften, voordelen
842 non-respect, en tant que fonctionnaire de police, des règles/dispositions légales générales en vigueur – het zich, als politieambtenaar, niet houden aan de algemeen geldende/wettelijke regels
85 intégrité – integriteit
851 abus de fonction ou d’autorité – misbruik maken van zijn functie of gezag
852 abus du service ou des moyens – misbruik maken van dienst of middelen
853 incompatibilités avec la profession, cumul – onverenigbaarheden met het beroep, cumul
854 discrétion/secret – discretie/geheimhouding
855 droit de parole/réserve – spreekrecht/reserve
81 dienstverlening
Dienstverlening behoort tot de primaire taken van de politie. “De politie staat ten dienste van de bevolking en moet waken over de bescherming van ieders individuele rechten en vrijheden” [5] . Bovendien vormt de gemeenschapsgerichte politiewerking de grondtoon voor het politieoptreden. De tekorten of gebreken slaan in dit geval niet zozeer op houdingen en gedragingen, doch wel op het al dan niet handelen zelf. De tekorten in dit handelen druisen in tegen de beroepsplichten die eigen zijn aan de politiefunctie.
811 tijdslimiet interventie en taakuitvoering
het gaat hier om het tijdsverloop tussen
de oproep of vraag tot politietussenkomst en het ter plaatse komen van
de politie, het aanbieden van de gevraagde dienstverlening of hulp of
de eigenlijke aanvang van de taakuitvoering van politie. Dit tijdsverloop
of deze tijdslimiet kan men vaststellen op basis van verschillende factoren
zoals het registreren van uren naar aanleiding van de dispatching, de
gebruikte prioriteitenlijst van interventies, de te overbruggen afstanden
en verkeer, de beschikbaarheid van ploegen, de bereikbaarheid van ploegen,
etc.
812 gebrek aan verantwoordelijkheid/beschikbaarheid
het gaat hier om de actieve houding en welwillendheid
om als politiefunctionaris zelf een oproep die binnen de dienst en de
mogelijkheden ligt te beantwoorden of om de gevraagde dienst of hulp
te verlenen, zonder dat de persoon ten onrechte wordt doorverwezen of
doorgestuurd.
813 gebrek aan onthaal
het gaat hier om de gebreken die zich voordoen ten aanzien
van personen die zich wenden tot een politieambtenaar op straat of tot de politiedienst,
fysiek of bij middel van telefoon, om inlichtingen te krijgen of een klacht
of aangifte te doen. De mogelijke gebreken zijn ofwel van structurele aard
(niet bereikbaar, nummer niet in werking of een gesloten deur) ofwel van functionele
aard (te lange wachttijden, uitstellen van afspraken in de tijd, onterechte
doorverwijzing, ...) en hebben dus niet te maken met de houding en gedragingen
(zie 73 of 74).
814 behandeling van de onder toezicht geplaatste
personen
het gaat over de behandeling (grondwettelijke rechten en vrijheden)
van personen die onder het toezicht van de politie geplaatst zijn. Personen
die al dan niet opgesloten zijn in een ruimte onder toezicht of in een cel,
personen die overgebracht worden met een politie- of celwagen of personen die
onder begeleiding geplaatst zijn (voorbeeld escorte). De tekorten in behandeling
houden inbreuken in tegen de bescherming van de fysieke en morele integriteit
van personen. Het gaat bijvoorbeeld om het niet verlenen van medische zorgen
indien noodzakelijk of gevraagd, het weigeren van voedsel, het weigeren om een
verwant te verwittigen, tekorten naar aanleiding van de bescherming tegen kwetsuren
of bescherming tegen zelfverwonding of zelfdoding (o.a. gebreken bij de fouillering
van de cel en van de in de cel geplaatste persoon, gebreken met betrekking tot
het toezicht, enz.).
82 niet of slecht naleven van de procedures
Het gaat hier telkens om het niet naleven van bestaande algemene procedures eigen aan de politiefunctie, die voorzien zijn bij wet, reglement of interne nota. Dit laatste soort procedures kan verschillen volgens de locatie (vb. per hof van beroep, per arrondissement of provincie) of volgens de gebruiken in de lokale of federale politiediensten. Het gaat eveneens om het niet naleven van specifieke procedures door personen met enige politiebevoegdheid.
820 met betrekking tot het informatiebeheer
het gaat hier specifiek om het niet naleven
van de procedures voorzien in de dwingende richtlijn MFO3 (opstellen van informatieverslagen, bewaren van foto's, enz).
821 met betrekking tot de bewaring of inbeslagneming van voorwerpen
822 met betrekking tot het takelen, het slepen of het plaatsen
van een wielklem
823 met betrekking tot de controles en seiningen
het gaat hier om de wettelijke basis voor het uitvoeren van de controles
(wet op het politieambt) alsook de wijze waarop dit gebeurt (voorbeeld het niet
publiekelijk zichtbaar stellen of meedelen van identiteiten naar aanleiding
van een controle). Betrokkenen kunnen zowel politiefunctionaris zijn als een
ander persoon met beperkte politiebevoegdheid (hulpagenten, douaniers, stadswachten,
stewards, enz.). Anderzijds gaat het om de controles op basis van de seiningen
en om de seiningen zelf.
8231 identiteitscontrole
8232 adrescontrole
8233 nummerplaatcontrole
8234 seiningen
824 met betrekking tot het opstellen van een
proces-verbaal
het gaat hier zowel over de vorm als over
de inhoudelijke aspecten, zoals het ontbreken van datum, tijdsgebruik,
voorziene vermeldingen, chronologie van de feiten en handelingen, het
nemen van dwangmaatregelen, het gebruik van geweld, etc.
825 met betrekking tot de onmiddellijke inning
826 met betrekking tot de fouillering
de verschillende soorten fouillering worden
enerzijds specifiek besproken binnen de wet op het politieambt. Anderzijds
kunnen bepaalde soorten fouilleringen voorzien zijn in bijzondere wetgevingen,
bijvoorbeeld de voetbalwet waarbij stewards onder toezicht een vluchtige
fouillering kunnen uitvoeren op personen die een voetbalstadion betreden,
of binnen de wetgeving die de taken en bevoegdheden van douaniers regelen.
8261 met betrekking tot personen
8262 met betrekking tot voertuigen
8263 met betrekking tot huiszoekingen
827 met betrekking tot het verhoor
828 met betrekking tot het gebruik van geweld
het gaat hier specifiek om het niet naleven
van de richtlijnen/voorschriften en niet zozeer om het geweldsgebruik
zelf. Voorbeeld het niet vermelden of noteren van het gebruik van geweld
in het PV, het gebruik van niet door de politie erkende middelen of
technieken, etc.
829 met betrekking tot de administratieve
procedures
het niet volgen van de voorziene administratieve
procedures kan voor problemen zorgen bij het verdere gerechtelijke onderzoek.
Voorbeelden hiervan zijn:
8291 met betrekking tot het overhandigen van een kopie van het PV
8292 met betrekking tot andere procedures volgens de wet-Franchimont
8293 met betrekking tot het invullen van de registers (vb. bij aanhouding)
8294 met betrekking tot de formaliteiten inzake verkeersaangelegenheden (antwoordformulieren bij PV, aantonen inbreuk met foto, formaliteiten bij onmiddellijke inningen, enz.)
83 neutraliteit/onpartijdigheid
Onpartijdigheid is het onvooringenomen of niet eenzijdig
gedrag. Een politiefunctionaris kan zich bij zijn optreden niet laten leiden
door persoonlijke belangen, voorkeuren of genegenheden. Doet hij dit wel, dan
komen de neutraliteit en onpartijdigheid, eigen aan het politiehandelen in het
gedrang.
Neutraliteit is de onpartijdige, onbeïnvloedbare houding ten
aanzien van twee conflicterende of rivaliserende partijen. Gebrek aan
neutraliteit en onpartijdigheid schaadt de beroepsernst.
831 ongelijke behandeling of het niet eenvormig
optreden
dit kan zich uiten door een ongelijke behandeling
van twee conflicterende of rivaliserende partijen bij de tussenkomst,
of bij een niet consequent optreden op basis van vooroordelen in het
algemeen, vb. selectieve personen- of voertuigcontroles. Gebreken kunnen
zich eveneens voordoen wanneer men bepaalde tussenkomsten prioritair
invult ten opzichte van andere zonder aanvaardbare of logische reden.
832 onjuiste vaststellingen of de onbevoegdheid
tot handelen
het zijn enerzijds de tekortkomingen die
niet strafrechtelijk als valsheden kunnen worden gekwalificeerd (vb.
bepaalde fouten naar aanleiding van de vaststellingen) alsook de onbevoegdheid
om bepaalde handelingen te stellen (vb. hulpagenten vervullen politietaken,
veiligheidsdiensten gebruiken geweld, niet-officieren van gerechtelijke
politie of bestuurlijke politie nemen bepaalde dwangmaatregelen, enz.).
833 overijver
het gaat hier telkens om de partijdigheid of het gebrek aan
neutraliteit, juist omdat men ofwel de andere persoon kent ofwel omdat vooroordelen
spelen, waarbij men herhaaldelijk en doelgericht optreedt tegen een persoon
om hem te schaden. De handelingen op zich kunnen legitiem zijn, doch de uitvoering
ervan is eenzijdig en doelgericht zonder dat hiervoor een wettige reden bestaat.
Overijver kan zich voordoen bij een bepaalde tussenkomst (overacting) of bij
een constante herhaling van tussenkomsten (pesterijen).
8331 pesterijen ten aanzien van een derde
8332 overacting of overreacting bij het handelen
84 onkreukbaarheid
Dit is het onschendbaar en onaantastbaar zijn bij het politiehandelen of -optreden. Dit wil zeggen dat men zelf rechtschapen is en geen inbreuken pleegt. De tekortkomingen kunnen vooral gebeuren omdat men de hoedanigheid van politieambtenaar bezit.
841 aannemen van geschenken, giften of voordelen
het gaat hier om de zaken die niet als corruptie of één van
de daaronder horende strafrechtelijke inbreuken kunnen gekwalificeerd worden,
maar die de beroepsernst in het gedrang kunnen brengen.
842 het zich, als politieambtenaar, niet houden
aan de algemeen geldende/wettelijke regels
zoals bijvoorbeeld het ongeoorloofd verkeersinbreuken
plegen buiten de gevallen waarin de wet dit voorziet, rijden als prioritair
voertuig buiten de gevallen door de wet voorzien, ontwijken van inkomgelden
of zwartrijden wanneer er geen vrijstelling geldt voor politieambtenaren,
parkeren op de stoep of snelheidsovertredingen begaan tijdens administratieve
verplaatsingen, etc.
85 integriteit
Het schenden van zijn integriteit als politiefunctionaris
heeft altijd op de een of andere manier betrekking op de politiehoedanigheid,
de politiebevoegdheid en de politierol en omvat eigenlijk in de brede
zin alle mogelijke inbreuken, tekortkomingen, fouten en gebrek aan professionalisme
die bewust gebeuren.
Integriteit omvat in de breedste betekenis van het woord het onschendbaar,
rechtschapen en onomkoopbaar handelen. Het houdt in dat men zich gedraagt
en handelt naar eer en geweten, met besef van de normen en waarden eigen
aan de institutie ‘politie’ en zich niet laat verleiden door voordelen
of gunsten noch op de één of andere manier afbreuk doet aan de rechten
en vrijheden van anderen. De tekortkomingen die we in dit geval weerhouden,
hebben telkens te maken met het bewust schenden van de integriteit om
zichzelf of anderen voordelen te bezorgen. Ze kunnen niet als strafrechtelijk
feit weerhouden worden. Bovendien bevatten ze niet de hierboven vermelde
tekortkomingen die vallen onder 83 en 84.
851 misbruik maken van zijn functie (hoedanigheid) of gezag
(bevoegdheden)
852 misbruik maken van zijn dienst of van de middelen
853 door het plegen van daden onverenigbaar met het beroep – cumul
854 door inbreuk te plegen op de discretie en de geheimhouding
855 door inbreuk te plegen op het spreekrecht of de reserve
IX. Manquements en matière d’efficacité, d’efficience et de coordination des services de police – Tekortkomingen inzake de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de coördinatie van de politiediensten
Deze individuele of collectieve tekortkomingen of disfuncties zijn van die aard dat ze de doelmatige en doeltreffende politiewerking enerzijds of de coördinatie tussen de politiediensten anderzijds in het gedrang (kunnen) brengen.
91 gestion (in)efficace de l’organisation policière en général – (on)doelmatig beheer van de politieorganisatie in het algemeen
911 direction et hiérarchie – leiding en hiërarchie
912 organisation générale – algemene organisatie
9120 efficacité du service – doeltreffendheid van de dienst
9121 gestion du personnel et recrutement – personeelsbeheer en aanwerving
9122 abus de l’horaire et de la comptabilisation des prestations – misbruik van het dienstrooster en comptabiliteit van de uren
9123 départ du travail sans autorisation – het werk verlaten zonder toelating
9124 arrivée tardive au travail ; départ du service prématuré – te laat komen op het werk; te vroeg het werk verlaten
913 systèmes de communication – communicatiesystemen
914 communication professionnelle et échange d’informations – professionele communicatie en informatie-uitwisseling
915 communication et échange d’informations en matière d’affaires internes – communicatie en informatie-uitwisseling betreffende interne aangelegenheden
92 gestion (in)efficace des moyens en personnel (absentéisme, etc.) – (on)doelmatig beheer vaan de personele middelen (absenteïsme, enz.)
921 maladies fréquentes, maladies de longue durée – vaak ziek, langdurig ziek
922 absence illégale – onwettige afwezigheid
923 contrôle médical et prescriptions – medische controle en voorschriften
924 formalités administratives en cas de maladie, justification de l’absentéisme – administratieve formaliteiten in geval van ziekte, rechtvaardiging van absenteïsme
925 problématique sociale ou médicale donnant lieu à des mesures spécifiques (alcool, etc.) – sociale of medische problematiek die aanleiding geeft tot specifieke maatregelen (alcohol, enz.)
926 problématique sociale ou médicale donnant lieu à des mesures d’ordre intérieur – sociale of medische problematiek die aanleiding geeft tot maatregelen van interne orde
927 problématique sociale ou médicale compromettant (temporairement) l’esprit ou le bon fonctionnement du service (ex. problématique sociale extrême : violences intrafamiliales, violences au travail, harcèlement sexuel au travail, (tentative de) suicide) – sociale of medische problematiek die de geest of de goede werking van de dienst (tijdelijk) in het gedrang brengen (vb. extreme sociale problematiek: intrafamiliaal geweld, geweld op het werk, ongewenst seksueel gedrag op het werk (OSGW), zelfmoord(poging))
928 mise en œuvre de personnel, d’équipement et de compétences techniques – inzet van personeel, van uitrusting en van technische bekwaamheid
93 gestion (in)efficace des moyens matériels – (on)doelmatig beheer van de materiële middelen
931 perte ou oubli de l’arme – wapen verloren of vergeten
932 perte ou oubli de matériel policier – politiemateriaal verloren of vergeten
933 lors de l’utilisation du matériel – tijdens het gebruik van de middelen
934 lors de l’utilisation de l’arme dans le cadre de l’exécution des tâches – tijdens het gebruik van het wapen bij de uitvoering van de taken
935 recours à un chien policier – een beroep doen op een politiehond
936 utilisation de l’arme en dehors du service (privé) – gebruik van het wapen buiten dienst (privé)
94 gestion (in)efficace en matière de procédures internes et contrôle interne sensu stricto – (on)doelmatig beheer van de interne procedures en het intern toezicht sensu stricto
941 formalités administratives en cas de maladie – administratieve formaliteiten in geval van ziekte
942 formalités administratives en vue de justifier l’absentéisme (congé, etc.) – administratieve formaliteiten om het absenteïsme te rechtvaardigen (verlof, enz.)
943 respect des procédures et des formalités en matière de gestion des plaintes – volgen van de procedures en vervullen van formaliteiten inzake het klachtenbeheer
95 gestion (in)efficace en matière de contrôle interne sensu lato (direction) – (on)doelmatig beheer van het intern toezicht sensu lato (inzake leiding)
951 évaluation négative – negatieve evaluatie
952 déchéance du permis de conduire – verval van het recht tot sturen
953 fautes dans l’exécution des tâches, mauvaise exécution de la mission – fouten bij de uitvoering van de taken, slechte uitvoering van de opdracht
954 traitement tardif des PV, apostilles, etc. – laattijdige afhandeling van PV, kantschriften, enz.
96 gestion (in)efficace en matière de contrôle interne sensu lato (recrutement, sélection, instruction, formation, entraînement) – (on)doelmatig beheer van het intern toezicht sensu lato (inzake aanwerving, selectie, onderricht, opleiding, training)
961 dans les applications prévues par la loi sur la fonction de police, notamment en matière de recours à la force, d’usage des armes – inzake de toepassingen voorzien door de wet op het politieambt, meer bepaald inzake het gebruik van geweld, wapens
962 dans les applications prévues par la loi sur la police intégrée et le code de déontologie, notamment en matière d’attitude ou de comportement – inzake de toepassingen voorzien door de wet op de geïntegreerde politie en in de deontologische code, meer bepaald inzake de houding of het gedrag
963 dans les applications prévues par la loi sur la police intégrée et le code de déontologie, notamment en matière d’intégrité – inzake de toepassingen voorzien door de wet op de geïntegreerde politie en in de deontologische code, meer bepaald inzake de integriteit
97 gestion (in)efficace en matière de contrôle interne sensu lato (relations avec la hiérarchie) – (on)doelmatig beheer van het intern toezicht sensu lato (inzake hiërarchische relaties)
971 loyauté et respect – loyaliteit en eerbiediging
972 outrages et rébellion – smaad en weerspannigheid
973 obéissance, refus d’ordre – gehoorzaamheid, weigeren bevel
974 excès ou mauvaise utilisation de l’autorité – overschrijding of verkeerd aanwenden van gezag
98 gestion (in)efficace en matière de contrôle interne sensu lato (relations de travail) – (on)doelmatig beheer van het intern toezicht sensu lato (inzake werkrelaties)
981 ambiance de travail et relations collégiales – werksfeer en collegiale relaties
982 relations privées internes avec répercussions négatives sur le service – interne privé-relaties met negatieve invloed op de dienst
983 relations hiérarchiques détériorées avec répercussions négatives sur le service – verziekte hiërarchische relaties met negatieve invloed op de dienst
984 harcèlement sexuel au travail – ongewenst seksueel gedrag op het werk
985 mobbing, intimidations morales (stalking) – mobbing, morele intimidatie (stalking)
99 manque de coordination et de coopération – gebrek aan coördinatie en samenwerking
991 entre les corps de police locale – tussen lokale korpsen
992 au niveau supralocal, entre les corps de police locale – op bovenlokaal vlak tussen lokale korpsen
993 au niveau supralocal, entre les services de police fédérale et locale – op bovenlokaal vlak tussen lokale en federale politiediensten
994 entre le niveau fédéral et local – tussen het lokale en het federale politieniveau
995 entre les services de police et les autorités – tussen de politiediensten en de overheden
996 entre les services de police fédérale – tussen federale politiediensten
Verklaring van de begrippen
91 (on)doelmatig beheer van de politieorganisatie in het algemeen
911 leiding en hiërarchie
het zijn mogelijke individuele of organisatorische
disfuncties op het vlak van leiding en hiërarchie. Meer bepaald gaat
het hier om tekorten of disfuncties inzake de algemene leiding van een
korps of een dienst of naar aanleiding van de uitvoering van de politietaken
op de werkvloer of op het terrein. Deze disfuncties raken automatisch
aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van de dienst.
912 algemene organisatie
het gaat hier specifiek om mogelijke organisatorische disfuncties
die de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van de dienst schaden.
9120 doeltreffendheid van de dienst
het gaat hierbij om disfuncties inzake het over- of ondermatig aanwenden van
personeel in functie van de dienstnoodwendigheid, dewelke de goede werking van
de dienst ondermijnen.
9121 personeelsbeheer en aanwerving
het gaat om mogelijke organisatorische disfuncties op het gebied van de aanwerving
en het beheer van het personeel (aanwervingsbeleid, toekennen van verlof of
rust, het beheer en het volgen van opleidingen, het beheer van loopbaan en mogelijkheden,
de invulling van functies op basis van profiel, ingangstesten, enz.).
9122 misbruik van het dienstrooster en comptabiliteit van de uren
het gaat om organisatorische disfuncties die dergelijke misbruiken met betrekking
tot de inconveniënten (weekend – nachten), excessen in comptabiliteit van de
uren door bepaalde personeelsleden of categorieën, etc. laten bestaan.
9123 het werk verlaten zonder toelating
het gaat om mogelijke organisatorische disfuncties inzake het opvolgen van de
aanwezigheid van het personeel op basis van voorzieningen in de dienstroosters.
9124 te laat komen op het werk; te vroeg het werk verlaten
het gaat om mogelijke organisatorische disfuncties inzake het dagdagelijks personeelsbeheer
binnen de (verschillende) dienst(en) die de doelmatigheid en doeltreffendheid
van het werk in gevaar brengen.
913 communicatiesystemen
het gaat om mogelijke disfuncties van organisatorische
aard inzake de installering en het gebruik van communicatiesystemen
en databanken (teamware, 101, Megasys, ANG, Astrid, enz.) en de mogelijke
schendingen van de wet op de privacy.
914 professionele communicatie en informatie-uitwisseling
het gaat om mogelijke disfuncties van individuele of organisatorische
aard inzake de interne en externe communicatie en informatie-uitwisseling zelf
(communicatiestoornissen tussen verschillende hiërarchieën, intern en tussen
de politiefunctionaliteiten, disfuncties of tekortkomingen met betrekking tot
de toepassing MFO3, gebreken met betrekking tot coördinatievergaderingen, briefing,
debriefing, rapportering via dagverslagen, processen verbaal en hun opvolging),
die de goede werking van de politiedienst verstoren of in het gedrang kunnen
brengen (doelmatigheid en doeltreffendheid).
Het gaat eveneens over de gebreken inzake wettelijk bepaalde informatie-uitwisseling
met de controlediensten op de politie (art. 26 , art. 14 ,
art. 32).
915 communicatie en informatie-uitwisseling
betreffende interne aangelegenheden
het gaat om mogelijke disfuncties van individuele en/of organisatorische
aard inzake interne communicatie en informatie-uitwisseling zoals bijvoorbeeld
met betrekking tot de berichtgeving inzake mobiliteit, opleidingen of syndicale
en socioculturele informatie, informatie met betrekking tot verloven, medische
afwezigheid, etc.
92 (on)doelmatig beheer van de personele middelen (absenteïsme, …)
Het gaat om zowel individuele als organisatorische
disfuncties in het kader van de globale afwezigheid van het personeel
binnen een politiedienst. Ze kaderen binnen het intern toezicht van
een politiedienst sensu lato (leiding, opvolging, bijsturing, controle,
enz.).
Structurele tekorten en/of problemen van relationele aard kunnen aan
de basis liggen van systematische en langdurige afwezigheid van het
personeel waardoor de goede werking (doelmatigheid – doeltreffendheid)
van de politiedienst in het gedrang komt. De mogelijke problemen kunnen
zich op volgend vlak voordoen:
921 vaak ziek, langdurig ziek
het gaat hier om de tekorten in opvolging
van absenteïsme wegens ziekte.
922 onwettige afwezigheid
het gaat hier om de tekorten in opvolging
van absenteïsme dat niet gewettigd is (uitgezonderd baaldagen, afwezigheid
wegens ziekte, toegekende rust of verlof).
923 gebreken inzake medische controle en voorschriften
het gaat hier vooral om de gebreken op organisatorisch
vlak zowel inzake het regelen van medische controles in geval van dubieuze
afwezigheid van personeelsleden (buiten de gevallen door de wet voorzien)
als inzake de medische verantwoording van afwezigheid door voorschriften.
924 tekorten inzake de administratieve formaliteiten in geval van ziekte/rechtvaardiging van absenteïsme
het gaat hier vooral om individuele tekortkomingen inzake de rechtvaardiging van afwezigheid buiten de gevallen door de wet voorzien.
925 sociale of medische problematiek die aanleiding geeft tot specifieke maatregelen (alcohol, privé-problemen, enz..)
het gaat hier zowel om individuele als organisatorische disfuncties. Enerzijds de individuele problematiek die de goodwill tot opvolging, bijsturing of begeleiding inhoudt, anderzijds de tekorten of gebreken inzake opvolging, bijsturing, begeleiding of doorverwijzing vanuit de organisatie.
926 sociale of medische problematiek die aanleiding
geeft tot maatregelen van interne orde
idem als hiervoor, doch de disfuncties die
zich mogelijk (individueel of organisatorisch) kunnen voordoen, hebben
te maken met een onhoudbare toestand ten opzichte van de individuele
politiefunctionaris of ten opzichte van de dienst zelf door het al dan
niet nemen van maatregelen van interne orde.
927 sociale of medische problematiek die de geest of de goede werking van de dienst (tijdelijk) in het gedrang brengen (vb. extreme sociale problematiek: intrafamiliaal geweld, geweld op het werk, OSGW, zelfmoord(poging))
het gaat om mogelijke disfuncties zowel op individueel als op organisatorisch vlak die gezien de aard van de problematiek een specifieke opvolging, begeleiding of doorverwijzing vereisen.
928 inzet van personeel, van uitrusting en
van technische bekwaamheid
het gaat om de mogelijke disfuncties die
zich kunnen voordoen op het vlak van de inzet van personeel, zowel op
kwantitatief (het aantal) als op kwalitatief (uitrusting en bekwaamheid)
vlak. De uitrusting omvat niet enkel de kledij, maar eveneens bijbehorende
uitrustingsstukken. Met technische bekwaamheid wordt bedoeld de kennis
en vaardigheden van het ingezet personeel.
93 (on)doelmatig beheer van de materiële middelen
Het gaat om mogelijke disfuncties zowel op individueel als op organisatorisch vlak in het kader van het bezit of het niet efficiënt aanwenden van de politiemiddelen. Ook deze tekortkomingen passen in het intern toezicht sensu lato.
931 wapen verloren of vergeten
het gaat om mogelijke individuele disfuncties
met betrekking tot het verlies of het vergeten van een individueel of
collectief wapen. Het gaat hier zowel om de wapenstok, de spray, het
dienstwapen als om het collectieve materiaal. Organisatorische disfuncties
kunnen zich eveneens voordoen naar aanleiding van gebreken bij de regelgeving
of bij de leiding, de evaluatie, bijsturing of in het kader van de toepassing
van de tuchtregeling.
932 politiemateriaal verloren of vergeten
idem als hiervoor, doch hier gaat het om
het politiemateriaal in het algemeen.
933 tijdens het gebruik van middelen
het gaat in de eerste plaats om de onachtzaamheid of het verkeerdelijk
aanwenden van de individuele of collectieve politiemiddelen (het materiaal)
binnen de uitvoering van de politiefunctie door een individuele politiefunctionaris.
Daarnaast gaat het om beheersmatige disfuncties die zich voordoen bij de inzet
van de middelen (behalve de disfuncties inzake de inzet van personeel die opgenomen
zijn in de categorie personeelsbeheer).
934 tijdens het gebruik van het wapen bij
de uitvoering van politietaken
idem zowel tekortkomingen op individueel als op organisatorisch
vlak met betrekking tot de inzet van wapens binnen de uitvoering van de politiefunctie.
Het gaat eveneens om tekorten inzake regelgeving en de verplichting tot melding
van schiet- of andere incidenten waarbij een wapen gebruikt werd.
935 een beroep doen op politiehond/paarden
bij de uitvoering van politietaken
het gaat vooral om organisatorische disfuncties
inzake de inzet van honden (drugshond, patrouillehond, aanvalshond,
lijkhond, enz.) en met betrekking tot de inzet van patrouilles te paard
of naar aanleiding van charges te paard, enz. en de tekorten inzake
de melding van incidenten bij de inzet ervan.
936 gebruik van het wapen buiten dienst (privé)
zonder toelating
het gaat om individuele disfuncties met
betrekking tot het aanwenden van dienstwapens buiten de dienst zonder
dat hiervoor toelating werd gegeven, vb. gebruik van het dienstwapen
in schietclubs, rondlopen met peperspray buiten de bevolen dienst, enz.
Het gaat eveneens om organisatorische disfuncties inzake de regelgeving
in dit verband.
94 (on)doelmatig beheer van de interne procedures en het intern toezicht sensu stricto
941 administratieve formaliteiten in geval
van ziekte
het gaat in het bijzonder om tekortkomingen
op individueel vlak inzake het medisch dossier, vb. het tijdig binnenbrengen
van ziektebriefjes, het tijdig verwittigen van de dienst bij afwezigheid
om ziekteredenen, het opvolgen van de regels en uren met betrekking
tot het verblijf op adres in geval van ziekte.
942 administratieve formaliteiten om het absenteïsme
te rechtvaardigen (verlof, enz.)
het gaat om tekortkomingen op individueel
vlak inzake ander absenteïsme dan wegens ziekte, vb. verlofaanvragen
indienen, verlof en rustperiodes respecteren, enz.
943 volgen van de procedures en vervullen
van formaliteiten inzake het klachtenbeheer
het gaat om tekortkomingen die worden vastgesteld
naar aanleiding van het klachtenbeheer in de korpsen en diensten van
intern toezicht.
95 (on)doelmatig beheer van de interne procedures en het intern toezicht sensu lato (inzake leiding)
Het gaat in dit geval vooral om individuele en organisatorische disfuncties inzake het waken over het professionalisme van het personeel bij de uitvoering van opdrachten en taken van politie. Professionalisme staat voor een hoog kwalitatief en zo perfect mogelijk handelen, een hoog theoretisch en praktisch kennis- en vaardigheidsniveau met betrekking tot de grondbeginselen van het politieoptreden. Dit betekent dat tekortkomingen op dit vlak de doelmatigheid van de dienst in gevaar kunnen brengen. Organisatorische disfuncties kunnen zich vooral voordoen in de tekorten die er bestaan omtrent de leiding: het opvolgen en bijsturen.
951 (negatieve) evaluatie
952 gebreken in de functionering, voorbeeld het verval van het
recht tot sturen
953 fouten bij de uitvoering van de taken, slechte uitvoering van
de opdracht
954 laattijdige afhandeling van PV, kantschriften, enz.
96 (on)doelmatig beheer van de interne procedures en het intern toezicht sensu lato (inzake aanwerving, selectie, onderricht, opleiding, training, enz.)
961 inzake de toepassingen voorzien in de wet op het politieambt, meer bepaald het aanwenden van dwang, het gebruik van geweld, het gebruik van wapens of andere geweldsmiddelen en het overbrengen van richtlijnen in dit verband
het gaat om organisatorische disfuncties die zich voordoen in het kader van de aanwerving, opleiding en training van politiefunctionarissen met betrekking tot het aanwenden van dwang en geweld, al dan niet door gebruik te maken van geweldsmiddelen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het onvoldoende of verkeerd aanleren van specifieke verdedigingstechnieken die in de politiepraktijk verkeerdelijk worden aangewend als geweldsmiddel (vb. wurgtechnieken, druktechnieken met betrekking tot pijnpunten, enz.), het onvoldoende laten trainen van het personeel, het niet volgen van voorgeschreven opleidingen en trainingen, de gebreken in selectiecriteria in dit verband.
962 inzake de toepassingen voorzien in de wet op de geïntegreerde politie en in de deontologische code, meer bepaald inzake de houding of het gedrag
het gaat om organisatorische disfuncties die zich voordoen in het kader van de aanwerving, de opleiding en training van politiefunctionarissen met betrekking tot de voorschriften inzake attitudes en gedragingen binnen en buiten de uitoefening van de politiefunctie. Voorbeelden hiervan zijn het onvoldoende sensibiliseren en aanleren van wettelijke voorschriften of beperkingen, het onvoldoende aanleren van houdingen en gedragingen eigen aan de uitgangsprincipes van community policing zoals klantvriendelijkheid, onthaal, openheid, rekenschap afleggen, enz. op de praktijk afgestemd, het aanleren en trainen van ethische principes als uitgangsbasis voor de politiewerking, de verwachte houdingen tegenover burgers bij het nemen van dwangmaatregelen (eigen aan de politie), enz.
963 inzake de toepassingen voorzien in de wet op de geïntegreerde politie en in de deontologische code, meer bepaald inzake de integriteit van de persoon
idem met betrekking tot integriteit.
97 (on)doelmatig beheer van de interne procedures en het intern toezicht sensu lato (inzake hiërarchische relaties)
971 loyaliteit en eerbiediging
het gaat om mogelijke individuele en/of
organisatorische disfuncties in het kader van de loyaliteit, eerbiediging
en getrouwheid tegenover het wettig gezag, de Belgische staat, het koninkrijk
België, de democratische instellingen, enz., een toestand die voortvloeit
uit de hoedanigheid van politie. Meestal gaat het hier om individuele
disfuncties, doch mogelijke tekorten of disfuncties van organisatorische
aard vinden we vooral terug in het gebrek aan evaluatie, opvolging,
bijsturing en tucht binnen de dienst.
972 smaad en weerspannigheid
het gaat hier specifiek om individuele disfuncties
waarbij politiefunctionarissen collega’s publiekelijk smaden of zelf
weerspannigheid bieden ten aanzien van hen of ten aanzien van een door
het gezag genomen beslissing die rechtstreeks de gegeven (wettelijke)
opdracht of functie dreigt te verstoren. Organisatorische disfuncties
kunnen zich dan eveneens voordoen naar aanleiding van gebreken bij de
leiding, de evaluatie, bijsturing en de toepassing van de tuchtregeling.
973 gehoorzaamheid, weigeren bevel
het gaat om individuele disfuncties waarbij
politiefunctionarissen (ondergeschikt aan, als uitvoerende) bij de uitvoering
van hun ambt weigeren een bepaalde (wettelijke) taak of opdracht uit
te voeren of een bevel van hogerhand negeren en hierdoor een opdracht
of de uitvoering van de politiefunctie dreigen in het gedrang te brengen.
Organisatorische disfuncties kunnen zich eveneens voordoen naar aanleiding
van gebreken bij de leiding, de evaluatie, bijsturing of in het kader
van de toepassing van de tuchtregeling.
974 overschrijding of verkeerd aanwenden van
gezag
het gaat hier om individuele disfuncties waarbij politiefunctionarissen
(bovengeschikt aan, als leidinggevende) bij de uitvoering van hun ambt hun gezag
verkeerdelijk aanwenden of hun macht overschrijden om een bepaalde (niet-wettelijke)
taak of opdracht te laten uitvoeren, waardoor de opdracht of de uitvoering van
de politiefunctie in het gedrang komt. Organisatorische disfuncties kunnen
zich eveneens voordoen naar aanleiding van gebreken bij de leiding, de evaluatie,
bijsturing of in het kader van de toepassing van de tuchtregeling.
98 (on)doelmatig beheer van de interne procedures en het intern toezicht sensu lato (inzake werkrelaties)
981 werksfeer en collegiale relaties
het gaat om de verziekte relaties tussen
politiefunctionarissen onderling en met andere personen op de werkvloer,
binnen de dienst of binnen en tussen de politiefunctionaliteiten, die
een duidelijke en nefaste invloed hebben op de werking van de dienst
(doelmatigheid – doeltreffendheid). Organisatorische disfuncties kunnen
zich eveneens voordoen naar aanleiding van gebreken bij de leiding,
de evaluatie en bijsturing of in het kader van de toepassing van de
tuchtregeling.
982 interne privé-relaties met negatieve invloed
op de dienst
het gaat om de relatie tussen twee politiefunctionarissen (ouder/kind
of twee levensgezellen) of tussen een politiefunctionaris en andere persoon
die een duidelijke en nefaste invloed heeft op de werking van de dienst door
bepaalde houdingen of gedragingen van die politiefunctionarissen, door favoritisme
in de toebedeling van taken, verloven of functies binnen een dienst of door
vermenging van privé- en werkaangelegenheden. Organisatorische disfuncties
kunnen zich eveneens voordoen naar aanleiding van gebreken bij de leiding, de
evaluatie, bijsturing of in het kader van de toepassing van de tuchtregeling.
983 verziekte hiërarchische relaties met negatieve
invloed op de dienst
het gaat hier om de verziekte relatie tussen leidinggevenden
en ondergeschikten die een duidelijke en nefaste invloed heeft op de werking
van de dienst door bepaalde houdingen of gedragingen van conflictueuze aard
tussen personen, binnen diensten of binnen en tussen politiefunctionaliteiten.
Organisatorische disfuncties kunnen zich eveneens enerzijds voordoen naar aanleiding
van gebreken bij de leiding, de evaluatie of de bijsturing van de dienst of
anderzijds bij de coördinatie tussen diensten.
984 ongewenst seksueel gedrag op het werk
985 mobbing, morele intimidatie (stalking)
99 gebrek aan coördinatie en samenwerking
De gebreken doen zich vooral voor op organisatorisch
vlak en kunnen tekorten inhouden op verschillende niveaus:
991 tussen lokale korpsen
992 op bovenlokaal vlak tussen lokale korpsen
993 op bovenlokaal vlak tussen lokale en federale diensten
994 tussen het lokale en het federale politieniveau
995 tussen de politiediensten en de overheden
996 tussen federale diensten
Bijlage D: Aard van de beslissingen
Geen onderzoek – Pas d'enquête
Seponering - Classement sans suite (100…)
101 kennelijk ongegrond of zonder voorwerp - manifestement non fondée ou sans objet
102 anonieme klager of aangever (onvindbaar) - plaignant ou dénonciateur anonyme (introuvable)
103 onvoldoende bezwaren - pas établie à suffisance
104 geen concrete elementen - pas d'éléments concrets
105 intrekking klacht - retrait de plainte
106 onbevoegd ratione personae - incompétence ratione personae
107 onbevoegd ratione materiae - incompétence ratione materiae
108 strafrechtelijk in hoofde van het lid van de politiedienst (niet opvolgen; art. 29 W. Sv. en/of art. 22 wet van 18/07/91) - pénale dans le chef du membre du service de police (pas suivre; art. 29 C.I.cr. et/ou art. 22 loi organique du 18/07/91)
109 strafrechtelijk in hoofde van het lid van de politiedienst (opvolgen; art. 29 W. Sv. en/of art. 22 wet van 18/07/91) - pénale dans le chef du membre du service de police (suivre; art. 29 C.I.cr. et/ou art. 22 loi organique du 18/07/91)
110 bevestiging van de beslissing - confirmation de la décision
111 dader onbekend - auteur inconnu
112 geen fout - pas de faute
113 geen disfunctie - pas de dysfonctionnement
116 felicitaties - félicitations
117 behandeld door een andere dienst of instelling - traitée par un autre service ou une autre institution
118 behandeld door de algemene inspectie - traitée par l'inspection générale
121 inopportuun - inopportune
122 betwisting van de vaststellingen - contestation des constatations
123 overmaking van inlichtingen - transmission d'informations
124 overmaking aan de bestuurlijke overheid - transmission à l'autorité administrative
125 overmaking aan het openbaar ministerie - transmission au ministère public
126 overmaking aan de hiërarchie - transmission à la hiérarchie
127 overmaking aan korps voor autonome afhandeling - transmission au corps pour traitement autonome
Onderzoek van het dossier – Examen du dossier (200…)
201 door een vast lid - par un membre effectif
202 door de Dienst Enquêtes - par le Service d'enquêtes
203 door de algemene inspectie - par l'inspection générale
204 door de dienst intern toezicht - par le service de contrôle interne
205 gewone vraag tot informatie gericht aan de politiedienst - simple demande d'information adressée au service de police
Onderzoek en beslissing na onderzoek – Enquête et décision après enquête (300…, 400…, 500…)
Afsluiten dossier - Clôture du dossier (300…)
301 kennelijk ongegrond of zonder voorwerp - manifestement non fondée ou sans objet
303 onvoldoende bezwaren - pas établie à suffisance
304 geen concrete elementen - pas d'éléments concrets
305 intrekking klacht - retrait de plainte
306 onbevoegd ratione personae - incompétence ratione personae
307 onbevoegd ratione materiae - incompétence ratione materiae
308 strafrechtelijk in hoofde van het lid van de politiedienst (niet opvolgen; art. 29 W.Sv. en/of art. 22 wet van 18/07/91) - pénale dans le chef du membre du service de police (pas suivre; art. 29 C.I.cr. et/ou art. 22 loi organique du 18/07/91)
310 bevestiging van de beslissing - confirmation de la décision
311 dader onbekend of niet geïdentificeerd - auteur inconnu ou non identifié
312 geen fout - pas de faute
313 geen disfunctie - pas de dysfonctionnement
314 weigering medewerking - refus de collaboration
315 klager of aangever onvindbaar - plaignant ou dénonciateur introuvable
316 felicitaties - félicitations
317 reeds berisping door korpschef - remontrance déjà formulée par le chef de corps
318 opslorping - absorption
319 situatie geregulariseerd of klacht of aangifte niet meer gegrond - situation régularisée ou plainte ou dénonciation plus fondée
320 organiseren van een minitoezicht – organisation d’un minicontrôle
321 inopportuun – inopportune
322 organiseren van een marginale toetsing – organisation d’un contrôle marginal
323 overmaking van inlichtingen – transmission d'informations
324 overmaking aan de bestuurlijke overheid – transmission à l'autorité administrative
325 overmaking aan het openbaar ministerie – transmission au ministère public
326 overmaking aan de hiërarchie – transmission à la hiérarchie
327 aanbeveling tot bemiddeling – recommandation de médiation
Voorlopig afsluiten - klacht gegrond – Clôture provisoire - plainte fondée (400...)
401 individuele fout, overwegen van opmerking of vermaning om herhaling te vermijden - faute individuelle, envisager remarque ou admonestation pour en éviter la répétition
402 individuele fout, overwegen van verder onderzoek op statutair of disciplinair vlak - faute individuelle, envisager examen subséquent au plan statutaire ou disciplinaire
403 individuele fout, overwegen van schadevergoeding - faute individuelle, envisager dédommagement
404 individuele disfunctie, overwegen van opmerking of vermaning om herhaling te vermijden - dysfonctionnement individuel, envisager remarque ou admonestation pour en éviter la répétition
405 individuele disfunctie, overwegen van verder onderzoek op statutair of disciplinair vlak - dysfonctionnement individuel, envisager examen subséquent au plan statutaire ou disciplinaire
406 individuele disfunctie, overwegen van schadevergoeding - dysfonctionnement individuel, envisager dédommagement
407 ontbreken van individuele disfunctie - gedrag dat felicitaties rechtvaardigt – absence de dysfonctionnement individuel - comportement justifiant des félicitations
408 organisatorische disfunctie en vraag tot maatregelen om herhaling te vermijden - dysfonctionnement organisationnel et demande de mesures pour en éviter la répétition
409 strafrechtelijk in hoofde van het lid van de politiedienst of de ambtenaar met politiebevoegdheid (art. 29 W. Sv.) - pénale dans le chef du membre du service de police ou du fonctionnaire à compétence de police (art. 29 C.I.cr.)
410 verzoek tot aanbieden van verontschuldigingen - invitation à présenter des excuses
427 aanbeveling tot bemiddeling - recommandation de médiation
Definitief afsluiten – Clôture définitive (500...)
501 na positief gevolg aan 401 tot 406 en 408 tot 410 - après suite positive à 401 à 406 et 408 à 410
502 seponering na positief gevolg aan 407 - classement sans suite après suite positive à un 407
503 indien geen gevolg, hoogste hiërarchische, administratieve of gerechtelijke overheid of Parlement inlichten - si pas de suite, information des autorités hiérarchiques, administratives ou judiciaires supérieures ou du Parlement
504 nieuw onderzoek of nieuw dossier - nouvelle enquête ou nouveau dossier
505 voegen bij een ander onderzoek of een ander dossier - joindre à une autre enquête ou à un autre dossier
506 toezichtsonderzoek - enquête de contrôle