Procedure voor toezichtsonderzoeken (Wet van 18 juli 1991, art 24 tot 27)

Start Hoe wordt een toezichtsonderzoek gestart
Onderzoeksmaatregelen Verhoor; dagvaarding...
Afsluiten Het sepot; het eindverslag
Gerechtelijke onderzoeken Onder het gezag van een magistraat
Besluit Een positieve benadering

 

Wijzen waarop een toezichtsonderzoek kan worden gestart

a. Door het Vast Comité P:
  • op verzoek van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat;
  • op verzoek van de bevoegde minister en de bevoegde overheid;
  • ambtshalve.
b. Door de Dienst Enquêtes:
  • op verzoek van het Vast Comité P;
  • ambtshalve;
  • door klachten en aangiften.
    Zo het door de persoon die de aangifte doet wordt gewenst, dient zijn anonimiteit te worden gewaarborgd. Zijn identiteit mag in dit geval alleen bekend gemaakt worden binnen de Dienst Enquêtes en het Vast Comité P.

 

Onderzoeksmaatregelen


In het kader van hun onderzoeken, en rekening houdende met de wettelijke bepalingen betreffende de onschendbaarheid en de voorrang van rechtsmacht, kunnen het Vast Comité P en zijn Dienst Enquêtes elke persoon van wie zij het verhoor noodzakelijk achten verhoren.

Hierbij mogen de leden van de politiediensten verklaringen afleggen over feiten die worden gedekt door het beroepsgeheim.

Leden van politiediensten kunnen als getuige worden gedagvaard.

Het Vast Comité P en de Dienst Enquêtes kunnen de medewerking van deskundigen en tolken vorderen.

De Dienst Enquêtes heeft de bevoegdheid ten allen tijde zoekingen te verrichten in de plaatsen waar leden van een politiedienst hun functies uitoefenen en er beslag leggen op alle documenten nuttig voor het onderzoek.

Voor het uitoefenen van hun opdrachten kunnen de leden van de Dienst Enquêtes de bijstand vorderen van de openbare macht.

 

Het afsluiten van het onderzoek

a. Het sepot

Klachten en aangiften kunnen door het Vast Comité P in elke stand van de procedure zonder gevolg worden geklasseerd.

Dit zal het geval zijn wanneer de klacht of de aangifte kennelijk ongegrond of zonder voorwerp is, wanneer de klager of aangever onvindbaar is, zijn medewerking weigert, er afstand van klacht wordt gedaan, het Vast Comité P niet bevoegd is.

De beslissing van sepot wordt gemotiveerd en ter kennis gebracht van de klager of aangever.

b. Het eindverslag van het onderzoek

Van elk onderzoek wordt een verslag gemaakt dat wordt gezonden aan de bevoegde minister of de bevoegde overheid, alsmede aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Dit verslag heeft tot doel aan te geven welke onderzoeksverrichtingen werden gevoerd en welke besluiten daaruit m.b.t. de algemene opdrachten van het Vast Comité P kunnen getrokken worden.

De bevoegde minister of de bevoegde overheid dient het Comité P in te lichten over het gevolg dat aan het verslag werd gegeven.

Wanneer het Vast Comité P van mening is dat een voor het antwoord redelijke termijn verstreken is of de eraan gegeven gevolgen ontoereikend of niet passend zijn, brengt het dit ter kennis aan de bevoegde minister of overheid en de Wetgevende Kamers.

Het Vast Comité P beslist of zijn verslagen en besluiten, geheel of gedeeltelijk, openbaar worden gemaakt.

Het kan ook de resultaten van een onderzoek rechtstreeks aan de klager overmaken.

 

De gerechtelijke onderzoeken

In de gevallen waarin de Dienst Enquêtes van het Vast Comité P onderzoeken instelt naar de misdaden en wanbedrijven die ten laste worden gelegd van leden van de politiediensten, handelt de Dienst Enquêtes overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten in verband met de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie.

De Dienst Enquêtes oefent de gerechtelijke opdrachten uit onder het gezag van de bevoegde magistraat.

De bepalingen van het Huishoudelijk Reglement met betrekking tot het Vast Comité P uitgevoerde toezichtsonderzoek zijn hier niet van toepassing.

 

Besluit: Een positieve benadering

Het Vast Comité P legt de nadruk op de positieve benadering van de problematiek met betrekking tot de coördinatie en de studie van de verschillende structuren van de politiediensten.
Dit is echter slechts mogelijk wanneer alle betrokken instanties bereid zijn tot loyale samenwerking

De oprichting van een toezichtsorgaan op de politiediensten is een belangrijk gegeven.
De wet van 18 juli 1991 biedt de mogelijkheid tot ernstig en degelijk werk.
Dit veronderstelt echter dat alle betrokken partijen ten volle hun verantwoordelijkheden opnemen met als enig doel een goed werkend ‘politieapparaat’ op te zetten.

 

©2002 Comité P. Design by Molos